{Ja het begon tijd te worden ook al zal de verveling wel weer toeslaan zoals die nu op een afstandje staat te wachten maar dan nog}
LostProphets – Rooftops
Eindelijk. Eindelijk, eindelijk EINDELIJK. Ik heb geen examens meer. (Vakantie ook, maar dat is een ander verhaal). Na het examen wiskunde, het opruimen van de veel te veel tafels die in de sporthal stonden én de stoelen (geloof me: dat trappetje naar de kelder is geváárlijk met een tafel in je handen) mochten we naar huis. Eindelijk. En ik had een week (en2maanden) niets te doen. Nouja, niets, geen hw in elk geval…
Morgen ga ik met ons Evy naar de cinema (eindelijk PoTC3 bekijken) en dan voor ons K. naar de Stationsstraat daar schuinover. Kijken of we meneer Boeddha nog tegenkomen.
Woensdag ga ik met ons mama&papa naar Gent en dan ’s avonds naar S., die een einde-van-de-examens feestje geeft. Donderdag heb ik van tien tot twaalf klasactiviteit op ‘t Ster, van twaalf tot twee 2ejaarsBBQ op school en van twee tot onbepaald gaan Karen en ik mee naar Evy thuis voor Skairo. Vrijdag moet ik van half negen tot half tien op school zijn. Waarom is voor iedereen wel duidelijk (en anders verklaar ik je bij deze nietzoslim hé Eef?)
Dus als jullie niets van me horen weten jullie wat ik aan het doen ben. Veel plezier iedereen, succes voor degenen die nog bezig zijn!
Liefs.
{En ‘t mag dan misschien wel waar zijn, dat sprookjes niet altijd een happy end hebben, ik vind dat ik me daar niets van moet aantrekken}
Niks.
MSNgesprek tussen mij en mijn Tweelingzusje
Eva: Gij vindt alles met bruin haar, bruine ogen, mij in het mannelijk 3 jaar ouder en dat nog (…) noemt ook lief schattig knap. Maar initiatief? NEEN.
Ik: Er is NIETS mis met mijn zelfvertrouwen! MENS!
Eva: Nee, maar met uw smaak wel.
Ik: *stilte*
Eva: Trouwens fietsenwinkelend badeendje [dat sloeg op mijn beugel], mijn broer staat hier achter mij.
Ik: EVAAAAAA ![]()
Eva: Nee, das nie waar, ik wou u gewoon laten panikeren.
Het is al van een tijdje terug, ja. De eerste die nu nog zegt dat Eefje lief is xD.
Liefs.
{Dat zijn zo van die dingen die je tegenhouden te doen wat je eigenlijk moet doen terwijl je geen andere keuze hebt of wil hebben}
Fergie – Big girls don’t cry
Het is nog steeds een vaag nummer, maar toch hoor ik het wel graag. Naja.
Ik heb het in elk geval geprobéérd, om mijn gedachten langer dan een half uur continu bij mijn wiskunde te houden. Dat het me niet gelukt is, is dan waarschijnlijk weer bijzaak. Maar na vier keer dezelfde oefening hermaakt te hebben (die ik van de 1e keer al juist had, maar ik moest me toch met iets bezighouden) leek het plafond me tien keer zo aantrekkelijk.
Tel daarbij op dat ik mijn kuchliefkuch broertje tot boven (drie verdiepingen hoger mét de deuren toe) en dóór de muziek die ik op had staan kon horen krijsen (hij had weer één van zijn buien ja, vier uur aan een stuk, voor de negende keer in drie dagen of zo, en dan vragen ze zich op school af waarom ik geen zin heb in de vakantie) en je weet hoe goed ik me kon concentreren.
Gelukkig had ik alles gister al geleerd en was het alleen maar herhalen dat ik moest doen. Wat ik ook gedaan heb. Tot op zekere hoogte.
Liefs.
[Noot:]Waar ik dan wél aan dacht, dat zal wel duidelijk zijn?
{Wat niet is zal ook nooit zijn en zeker niet maar dat kan geen van ons ervan weerhouden}
Fergie – Big girls don’t cry
Mja. Schraal nummer, schrale zangeres. Maar beter dan niets, dat dan weer wel.
8 down, 1 to go. Wiskunde. Ik houd me dus nuttig bezig met wiskunde leren, naar Eva bellen om te vragen of zij soms nog een passer heeft (Danku Joris!), meezingen met de CD die ik op heb staan (Eva de Roovere en Yasmine, natuurlijk), papieren zoeken, nog meer wiskunde leren.
Maar ja. Dan begin je te gillen omdat een oefening niet wil lukken en kom je erachter dat dat is omdat je hem achterstevoren maakt. Toen besloot ik dat ik genoeg geleerd had. En als meneer WIS nu geen soortgelijke oefening op het examen vraagt (ik ben een kwartier met één oefening bezig geweest (je moest onderaan beginnen. En ik begon logischerwijs bovenaan.)) ga ik toch gillen. Na het examen, natuurlijk.
Liefs.
{Het prijkt al enkele dagen in mijn msn-naam, misschien als een onbewuste stille hint, maar oordopjes blijken tegenwoordig weer in de mode te zijn}
Jewel – You were meant for me
Deeltje 4. Voor de anderen naar beneden scrollen.
Of op “previous entries” klikken. Helemaal beneden, ja.
De bus was druk, alsof iedereen in dezelfde richting moest. Hij negeerde het vrouwtje met de zeven plastic zakken en het gelukkige tienerkoppeltje, dat op elkaars schoot zat en zich afgesloten had van de hele wereld, maar daarbij wel heel wat plaats in beslag nam. Een beetje bitter dracht hij terug aan toen zij ook nog zo waren. Hun geluk was maar van korte duur geweest en toen ze elkaar eindelijk weer gevonden hadden, was het niet anders gegaan. Ze hadden daardoor allebei getwijfeld, al weigerden ze dat toe te geven, maar nu viel er niet te twijfelen. Nu moesten ze er gewoon voor gaan. Dat wist hij en dat wist zij, maar het was niet altijd even gemakkelijk. Hij ging op één van de weinige vrije plaatsen zitten en deed zijn best niet op te vallen. Er zat voor zover hij wist niemand op de bus die hij kende, maar je wist nooit. Nadenkend leunde hij met zijn hoofd tegen de ruit, liet zijn ogen langs de voorbijflitsende lantaarnpalen glijden en bedacht wat hij zou zeggen. Hoe hij haar zou omhelzen en zij hem. Hij vroeg zich af wat ze van het eten vond. Zij was altijd degene die kookte en dat deed ze goed, ze zou het wel afschuwelijk vinden.
De chauffeur stopte netjes aan zijn halte. Van daar was het niet ver lopen meer en hij was er voor hij er erg in had. De gangen waren nog steeds even hels, nog niet veranderd. Haar gezicht was nog steeds bleek, maar lichtte nog steeds op toen ze hem zag. Hij knuffelde haar alsof hij haar nooit meer los zou laten, tot ze zachtjes kuchte. “Gaat het?” vroeg hij meteen overbezorgd. Haar blik vertelde hem dat het ging en dat hij moest zwijgen. De TV speelde zachtjes, maar hij wist dat ze niet aan het kijken geweest was naar het saaie spelprogramma. Hij vroeg haar naar het eten en ze schoot in de lach. Haar klacht maakte hem bezorgd, de vraag of hij morgen iets voor haar meebracht weer wat vrolijker. Natuurlijk zou hij dat. Morgen. Hij zou alles doen om haar het woord morgen te horen zeggen, ze moest naar de toekomst kijken, ze moest… “Jij moet dat ook”, waren haar woorden en hij zweeg. Ja, hij moest dat ook. Ze moesten dat samen, zich er samen doorheen slagen, er was geen alternatief. “Nog even”, beloofde ze hem toen hij haar zacht over haar voorhoofd streek. Hij glimlachte. Knuffelde haar, nog eens. “Blijf je nog?” bedelde ze en hij knikte, met een klein lachje. Natuurlijk bleef hij. “Hoe laat kan ik morgen komen?” Het was een omweg voor de vraag die hij eigenlijk wou stellen en dat wist ze. “’s Middags pas, denk ik.” Hij knikte. ‘s Middags. Dat was om twaalf uur. Nog bijna vierentwintig uur wachten. “Kat mist je”, zei hij dan uiteindelijk maar, een beetje onbeholpen. Ze glimlachte, terwijl ze al haar concentratie nodig had om haar opkomende tranen tegen te houden. “Ik mis Kat ook… Zeg… Zeg dat ik snel terugkom”, fluisterde ze en hij knikte. Dezelfde boodschap, telkens weer, tot ze het zelf ook zou gaan geloven.
Liefs.
{Het is niet veel en het zal waarschijnlijk ook nooit meer worden maar dat het geen begin is is gelogen}
Greenday – Jesus of Suburbia/City of the damned/I don’t care [Multimedia track]
Ewel, ‘t was geen hallo; want daarvoor liep hij iets (lees: vijf meter) te ver weg, maar dat wil niet zeggen dat ik niets gedaan heb en compléét passief gebleven ben. Ik ben mijn belofte misschien niet helemáál nagekomen, maar toch minstens een deel.
Ik vind het wel braaf van mezelf. Om die mail wél te sturen en om hem wél te bedanken. Ook al stond hij op bezet en was ik verschrikkelijk bang dat hij kwaad zou zijn omdat ik stoorde. Ik stoorde blijkbaar niet (al te erg) want hij zei zelfs graag gedaan.
Toen was mijn dag al goed. En toen hij vanmorgen lachte [als eerste!!], had het hetzelfde effect op zoiets als de komende máánd, al is dat maar tien dagen meer. Dus het was geen hallo, maar wel een lach. Zonder mijn rekkertje te laten springen of om te vallen, zelfs.
Dat verdient een slinger.
Liefs.
[Noot:]Enikweetookweldathijalleenmaarvriendelijkwas.
{Het was niet de eerste en het zal ook wel niet de laatste keer zijn en het blijft natuurlijk wel typisch maar dat zijn zoveel dingen}
Faith Hill – Should I fall behind
Examen Aardrijkskunde vandaag. MET atlas, uiteraard. Meneer AA had ons in onze agenda én in onze notities laten schrijven dat we die dus zeker mee moesten nemen.
Ik ken mezelf, dus had ook nog eens in grote letters op een papier geschreven dat ik die mee moest nemen en dat op mijn map geplakt. Maar natuurlijk, ik leerde van de samenvatting die ik gemaakt had en niet uit mijn map. En ik kwam dus ZONDER atlas op school. Welk kieken gaat er nu zonder atlas een examen AA maken? Ik. Duidelijk. En dat was dan nog niet het einde van mijn stommiteiten, want mijn geleende atlas had ik nadien in ons lokaal laten liggen, zodat ik nog om een sleutel kon enz… Zucht. Maar ‘t examen was simpel. Dat is ook al iets.
Liefs.
{Awel, ‘t begon tijd te worden ook want het is al lang genoeg bezig maar duidelijk nog lang niet lang genoeg, maar dat is een understatement}
Faith Hill – Should I fall behind
We zijn over halfweg. Al 5 van de 9 examens gedaan, nog tot maandag en dan vakantie. Tot nu toe zijn het al examens van verveling geweest. En vooral dat. Verveling omdat je al gedaan hebt met leren en omdat je dus toch maar op je kamer blijft zitten omdat je ouders anders gaan zagen. En verveling omdat je voor de 4e keer op rij een lesuur te vroeg gedaan hebt met je examens.
Maarr… Lang leve mijn wiskundeleraar, die mij elke keer magneetjes geeft waar ik mee kan prutsen. En de tekeningen van Lucienne op mijn blad. En de complimenten voor meneer NED zijn T-shirt… (Dat van Titus) Anyway, nog 4 en dan niks meer. En het begint wel tijd te worden. Hell yeah. Al was het maar om die magneetdingen niet meer te hoeven zien.
Liefs.
{Ahja, want wat moet dat moet al ben jij niet degene die dat gezegd heeft maar veel te veel anderen}
Yasmine – Het grote vuur
En we gaan het goed doen deze keer. We gaan positief denken. Aja, want dat heb ik mezelf beloofd, of niet soms? Dus we gaan voort, met het hoofd geheven en de schouders achteruit (er is geen alternatief, maar whatever). Deze keer geen gezaag en getwijfel, geen ‘Hij kan zoveel meiskes krijgen‘, want dat is nu totaal irrelevant en het wordt verdorie tijd dat ik dat doorkrijg.
Ja, deze keer ga ik braaf doen wat iedereen me al weken aanraadt, en goed. Niet te stil, zodat hij het totaal niet hoort, zoals vorige keer. Niet doen alsof hij te ver weg is, want dat maakt het alleen maar moeilijker voor mezelf en daar geraak ik dus niet mee vooruit. Dus. Laat het ons hopen.
Volgende keer dat ik hem zie zeg ik Hallo. Beloofd.
Liefs.
{En als je dan terugkijkt, misschien dat je dan wel zal zien wat het écht betekende al is dat niet echt waarschijnlijk}
Yasmine – Bird on a wire
Het was eng stil toen hij thuiskwam. Hij hing zijn jas aan de kapstok en om haar te plezieren zette hij zijn schoenen er netjes onder, op zo’n manier dat niemand erover zou vallen. Behalve hijzelf, misschien. Hij zette het raam in de keuken open en daarna dat van de woonkamer, om de geluiden van de kinder op de straat te kunnen horen en bedacht dat hij eigenlijk eten zou moeten koken. Een beetje verloren bleef hij hangen tussen de woonkamer en de keuken en besloot uiteindelijk dat hij niet zoveel honger had. De televisie probeerde de kamer te vullen met schrille vreugde, maar kwam lang niet ver genoeg. Hij vloog langs de verschillende kanalen, maar kon het niet opbrengen lang bij iets te blijven stilstaan. Overmorgen. Overmorgen zou hij… Zou zij… Hij zuchtte. De telefoon ging. Hij liet hem rinkelen, want hij wist dat zij het niet was. Nee, ze zou niet bellen, dat was hun belofte. Geen telefoontjes, geen brieven. Liefde en face, omdat ze niet anders konden en wilden. De kat, die ook maar gewoon Kat heette, trippelde op hoge poten naar hem toe en nestelde zich op zijn schoot. Zoals zij dat gevraagd had, drukte hij een kus tussen Kats oren en bazelde wat over liefde en gemis. Zijn stem brak en Kat keek hem onderzoekend aan, alsof hij zonet gezegd had dat hij zijn eten zelf zou moeten koken. “Ze denkt aan jou. Aan ons”, fluisterde hij tegen Kat, die zachtjes miauwde, in verwarring gebracht door de plotselinge omhelzingen die hem te beurt vielen.
Anders. Dat was het, om wakker te worden zonder haar zachte adem naast zich. Hij probeerde zijn hoofd te verstoppen onder het kussen, maar dat was te klein om zijn gedachten te willen herbergen, tot hij het uiteindelijk opgaf en zijn heil zocht in het ijskoude water, in de hoop dat dat hem wakker zou maken. Hij haastte zich, moest naar haar toe. Ze zou wel blij zijn om hem te zien, dat hoopte hij toch. Nee, dat wist hij. Natuurlijk zou ze blij zijn hem te zien. Het ontbijt was kil, hij negeerde de stilte, maar ritselde met de krant die hij niet las en de boterham, die hij voor drievierde liet liggen. Kat kwam bij zijn voeten zitten, maar hij had alleen behoefte aan háár gezelschap nu. Hij wou haar horen zeggen dat het allemaal goed zou komen, dat hij niet bang hoefde te zijn. Dat en nog veel meer, en daarom trok hij de voordeur achter zich dicht en liep in de richting van de bushalte. Een half uur. En half uur en dan kon hij haar in zijn armen sluiten en vragen hoe het ging… Hij telde de lijnen op het voetpad, de strepen van het zebrapad en de seconden tot de bus er was. Het waren er te veel.
Liefs.


